|
PLAGIOCEPHALIE
Het komt de laatste jaren
steeds vaker voor, dat een baby in de loop van de eerste levensmaanden een
afplatting van de schedel krijgt omdat hij een
voorkeurshouding heeft.
Het kind ligt dan bijvoorbeeld vaak met het hoofd naar dezelfde kant
gedraaid. Omdat de schedel in de eerste maanden nog erg vervormbaar is, kan
dit een afplatting aan de linker- of rechterkant veroorzaken.
Soms is het hele achterhoofd erg plat door het veel op de rug liggen.
Als het kindje een voorkeurshouding en/of een plagiocephalie ( = scheef
afgeplat hoofd) heeft kan het terecht bij de kinderfysiotherapeut.
Heel belangrijk is dat de
baby, als hij wakker
is, al na een paar weken toch regelmatig even onder toezicht op de buik
wordt gelegd. Dan stimuleer je de nek- en rugspieren tot een goede
symmetrische ontwikkeling en is de druk van het hoofdje af. Als het hoofd
erg scheef is, is het soms nodig dat er rond de 5-6 maanden een helm
aangemeten wordt. Deze helm moet de hele dag gedragen worden. De afgeplatte
kant van de schedel krijgt in de helm de ruimte om uit te groeien zodat het
hoofdje ronder wordt. Door tijdig advies te geven, kan de helm meestal
voorkomen worden.

Nieuw in de praktijk is de mogelijkheid om de vorm van het hoofdje van uw baby te laten
vastleggen met een kunststof bandje dat hard wordt als het even om het
hoofdje gehouden wordt.
( = plagiocephalometrie, afgekort tot pcm).
Hierdoor kunnen wij
de mate van asymmetrie bepalen en kunnen we na verloop van tijd de
verandering van de vorm van de schedel vastleggen en goede adviezen
geven over de houding en hantering van de baby. |